Dagdenksels

Overpeinzingen van een doorsnee Hollander.

We zijn terug!

Het heeft geduurd maar we zijn er weer.

Veel in te halen. Veel bij te praten.

Komt allemaal nog wel. Nog heel even geduld.

Joost is er niet meer bij.

Rustig Ingeslapen. 🐾🙏🏻😔

Koffie…

Ja. Druk druk druk.
Ik zou nog zoveel willen schrijven en delen maar het komt er niet zo van.

De inkt is op. De pen staat droog.

Ik denk aan jullie. Die enkeling die het wel leest.
Ik ga niet voor de grote massa.
Het is goed zo.
En ik nodig jou uit voor een klein experimentje.

Kost niks. ( paar minuutjes )

Doe maar mee.

Zet een kopje koffie.    (Elke andere drank is ook goed.)
Schenk in. ( Suiker / zoetjes en melk naar smaak )
Koekje. Of niet.
Kom.    Glimlach naar me.  Glim ik terug.

Neem een slok.

Denken we even aan elkaar in deze andere tijd.

 

Liefs.

 

Dirk.

Ze is pas twintig.

Ze is pas twintig.
Nu al draag ze een kroon.
Een zwarte kroon die er voor zorgt dat deze zonnige lente een donkere wordt.
Op het zuiderlijk halfrond wordt het de donkerste herfst.
Ze is pas twintig. 

De eeuw is net begonnen en we hebben onze tweede crisis te pakken.
Noodgedwongen worden we in onze vrijheden beperkt.
Voor ons eigen bestwil.  Voor elkaar.
En we mogen er van vinden wat we willen.
We mogen er over zeggen wat we willen.
Daarin zijn we dan nog vrij.
Ik moest aan mijn ouders denken.
Die kregen lang geleden ook plotseling te maken met een grote dreiging.
Een groot kwaad nam hun land over.
Hun leven en hun toekomst.
En daar mochten ze wat van vinden maar niks over zeggen. Dat was niet verstandig.
Na vijf lange jaren waren ze weer vrij.
Maar velen waren er niet meer.
Een beschadigde generatie.

De huidige dreiging is voor onze begrippen ongekend.
De hele wereld is er door geïnfecteerd.
Niet gehinderd door grenzen slaat het geen land over.
De toekomst die we voor ogen hadden zal er heel anders uit gaan zien.
Het zal vele jaren duren voordat we deze klap te boven zijn.
En velen zullen dat niet eens meemaken.

Toch zullen hieruit mooie dingen voorkomen.
Het is lang geleden dat mij vriendelijk ruimte werd geboden bij de kassa van de super.
Ik zie veel initiatieven ontstaan om zwakkeren en hulpbehoevenden te helpen.
De sociale creativiteit schiet omhoog.
Ik geeft toe dat de prijs voor dit beetje beschaving te hoog is.
Veel te hoog.
Maar het geeft wel aan dat het er blijkbaar nog wel in zit.

Een sprankje hoop.
Om te koesteren.
Om te behouden als we over een jaar of vijf terugkijken.

Dan is ze vijfentwintig.
Hopelijk draagt ze dan haar zwarte kroon niet meer.

Blijf gezond.
Blijf thuis.
Blijf binnen en hou elkaar goed vast.
Op afstand. 

 

Verlies (2)

Verlies:
Dat je iets van waarde kwijtraakt.
Soms vind je het weer, anders is het voor altijd weg.
Sommige dingen zijn vervangbaar. Veel ook niet.
Het kostbaarste wat ik tot nu toe ben kwijtgeraakt?
Mijn ouders, ook al is het een natuurlijke gang van zaken.
Ander verlies? Mijn geloof. Mijn onschuld.
Twee rotjes die ik als klein jochie niet goed in mijn jaszak had gestopt. Weg.
Verlies. Het kan zoveel zijn.
Gek genoeg maak ik me minder druk om financiële verliezen.
Komt omdat ik het zakelijk benul van een zure appel heb en toch nog steeds kan rondkomen.
In mijn beleving ligt echte waarde in “dingen” met een emotionele lading.
Ervaringen. Gedeelde ideeën. Vriendschap. Liefde.
Vaak denk ik terug aan Nero.
De 4 teckeltjes zijn natuurlijk even lief maar Nero was toch…

Uitleg:
De eerste teckel was Tommy. Een langharige standaard teckel.
Tommy Tukkel was al snel zijn liefkozende bijnaam.
Altijd daar. Altijd trouw. En na bijna 16 jaar opeens…  The end.
“Krak”.  Ik had overal op gerekend, behalve op de emotie die dat bij me losmaakte.
Hoe zeer dat doet, dat besluit om afscheid te nemen.
Het belang van het dier prevaleert. Spuitje. Rust. Geen lijden.
En ik moet er mee leren leven.

Nooit meer een hond! Nooit meer dat verdriet.
Maar bloed kruipt…
Hallo Maximus.
Heerlijk teckeltje. Heerlijk brok energie. Zalig mild autistje.
Zijn passie voor spelen met een bal… ongekend.
Knuffelen? Op schoot zitten?
Niks voor Max. Dit stuk dynamiet moest spelen!!!
Echter bleek Max minder gecharmeerd van alleen zijn.
En dat was hij af en toe omdat buitenshuis ook nog verplichtingen waren.
Er moet immers gewerkt worden.
Het “gat” werd opgevuld met Nero.
Na korte gewenningsperiode werd het een onafscheidelijk koppel.
Nero, altijd als schaduw achter Max aan.
Nero, altijd wat schuwer en schrikachtiger.
Nero,  altijd in voor een aai en een knuffel.
Als het even kon op schoot. Troetelen.
Even roepen: “Puppyknuffeltijd” en hij was door dolle.
’s Avonds in het donker roepen: “Lekker slapuh!” en je hoorde zijn kwispelende staartje op zijn bedje trommelen.
En altijd samen speels met Max .
Zo speels dat hij in onbewaakt ogenblik onverwacht de stoep afrende.
Onder een auto. Een half uur later was hij er niet meer.

Uit praktische overweging besloten we de leegte voor Max op te vullen.
Max, die bij het uitlaten steeds om zich heen keek. Meer dan anders. Alsof hij iets zocht. Iets miste.
Toen kwam Joost.
Een pup zo klein dat hij met geringe moeite onder Max door kon lopen.
Joost. Een teckel zoals waar teckels berucht om zijn: mild brutaal en rete-eigenwijs.
Maar altijd gehoorzaam aan Max wiens plaats in het roedel net wat hoger was.
Max die vaak een gezondheidskwakkeltje had.
Zijn oogjes werden minder.  De familiejuwelen er af om het iets te dominante gedrag in te perken, en gewichtstoename.   Maar het mocht zijn pret niet drukken.
Zelfs bijna helemaal blind wist hij zijn weg te vinden.
En altijd samen met Joost die zich altijd wel om zijn meerdere bekommerde.
En toen werd Max ook nog eens doof.
Doof en blind. Gevangen in een kooi zonder tralies.
Vervuld van angst uit onbegrip. Getroost door geur en liefdevolle aanraking.
Ook dit boek was uit.

Het gedrag van Joost keerde als een blad aan een boom.
Niet ten nadele. Zeker niet.
Maar nu was hij nummer één en stapte uit de schaduw, maar nog altijd een Piet Piraat. Een hooligan. Een schurkje op vier poten. Een echte teckel.

Er zal een dag komen dat ook van Joost afscheid genomen moet worden.
Die gedachte maakt me niet blij maar maakt me wel meer bewust van de vreugde die ik nu geniet. Wees bewust van wat je hebt. Geniet er nu van.
De rijkdom van vier heerlijke dieren.
Tja, als je  geen dierenliefhebber bent is het wat moeilijk te bevatten, maar elk dier is een karaktertje op zich.
Een volwaardig familielid,  waar je om geeft, waar je van houdt.
Met Joost zal te zijner tijd het tijdperk van de Tukkels eindigen,  en er zal geen dag voorbij gaan zonder dat één van die Tukkels even door mijn hoofd loopt.
Tenminste, zolang ik ze allemaal nog op een rijtje weet te houden en mijnheer Alzheimer mij met rust laat.

Anders zou ik echt alles verliezen.

Race

Ik race zelden.
En als ik race is dat nooit tegen iemand anders.
En al helemaal niet op de openbare weg tenzij deze speciaal daarvoor is afgezet.
(Al is die weg dan niet meer zo openbaar.  Maar goed.)
1wtc
Ergens in april zal de achtste trappenloop plaatsvinden.

In het WTC Almere.

Ik kijk er naar uit en tegenop.

600 treden.

30 verdiepingen.

Wat bezielt een mens?

 

Al zeven keer gezocht naar het antwoord op deze vraag.
En steeds weer sta je voor de start te popelen om te gaan.
Wetend dat er maar één persoon tegen wie je loopt.
Eén persoon die je echt tegen zult komen.
Eén persoon van wie je echt kan verliezen.

Voor de start nog even een kiekje

IMG_1860
Ja joh. Doe maar stoer. Ik spreek je over een kwartiertje wel.
IMG_3473
Om de halve minuut vertrekt een loper, aangemoedigd door toegestroomd publiek.
Eerst een klein stukje buiten het gebouw, richting de parkeergarage.
garage

Dan de parkeergarage in.
4 verdiepingen naar beneden.
Dat gaat lekker. Ik ga als een speer.

“Rustig Dirk, rustig” hoor ik mezelf denken.

En dan begint de ellende.     Het trappenhuis.
Na 4 verdiepingen kom ik op de begane grond aan in de grote hal van het WTC.
IMG_1858
Onbekenden moedigen me aan.. Het daast me nu al. Ik grijns en zwaai.
Het oogt allemaal makkelijk, luchtig en sportief maar ik ben nu al moe.
“Rustig Dirk, rustig”
bghal
Op naar de rest van het trappenhuis in.
Nog 26 verdiepingen.   Waar ben ik aan begonnen?
In het trappenhuis is verrekte weinig te zien.
Om de zoveel verdiepingen een paar EHBO-ers die paraat staan voor noodgevallen.
Ze houden bij welke lopers langskomen.  Zo weten ze ook of er uitvallers zijn.
Ik groet ze altijd vriendelijk voorzover mijn ademhaling dit nog toestaat.
Ik hoor stemmen. Geluid van een klikkende camera.
Ik trek mijn “ik ben nog best fris” gezicht.
IMG_1862
Achter me hoor ik de volgende loper al weer dichterbij komen en ik maak ruimte
zodat deze er ongehinderd lang kan. Enkelen hijgen er soms een kort “Dank je wel” uit.
Ik ben ondertussen mijn naam al kwijt.
Mijn luchtpijp staat in de fik en het zweet gutst uit al mijn poriën.
Ik moet denken aan Erben Wennemars die, tijdens een adempauze in een training verzuchtte: “God! Wat een gemartel!”

Op de grond een printje met aanmoediging er op. Aardig van ze.
300togo
Halverwege?!  Dat meen je niet!
Boven komen. Is dat het doel? Doorgaan.
Op elke verdieping heel even je rust nemen.
Even aan de kant voor de volgende loper die er langs wil.
Ik weet dat de snelsten binnen 4 minuten boven zullen zijn.
Ik weet dat de brandweerlieden in bluspak met ademlucht bijna allemaal sneller zullen zijn dan Dirk.  Bikkels zijn het.
Gezegend allemaal. Ik ben er in ongeveer 12 minuten. Hoop ik.
De benen willen wel maar het lijkt wel alsof ik niks adem. Lucht tekort. Rust.

Een EHBO-er, blij dat hij eindelijk mijn startnummer kan afstrepen op zijn lijst,
vraagt of het wel goed met me gaat.   “Oh ja. Prima. Ik ga als een speer.”
Wonderlijk dat hij het gehijgde antwoord nog verstond.
“Zet ‘m op. Nog even. En doe voorzichtig.” Roept hij me na.
Tranen of zweet. Ik weet het niet. Het stroomt van mijn gezicht.
Hoe diep kan een mens gaan.   Hoeveel kan mijn lijf nog aan.
Had ik niet een normale hobby kunnen kiezen?  Iets leuks met een orgeltje of zo.

Alles bonkt, dampt, kraakt, piept, steunt.
Altijd bang dat een reparatieplekje van binnen toch nog loslaat.
De geest begint tegen te werken.
Jezelf tegenkomen.  Zo voelt dat dus.
“Hallo, ik ben Dirk, geloof ik.”  “Aangenaam. Zie je er altijd zo beroerd uit?”
Nu begint de echte strijd.
Die trappen zijn te doen. De droge lucht. De verzurende benen.
Maar het brein gaat dolen. Begint kritische vragen te stellen.
Vragen over nut en noodzaak van deze zelfkwelling.
Mijn lijf begint het eens te zijn met de mentale oppositie.
“Ze hebben een lift in dit gebouw, hoor!”
Proef ik nou bloed of zo? Even slokje water.
Eerst op adem komen. Hoewel, ik moet wel voor sluitingstijd boven zijn.
Zou er een tijdslimiet op staan? Moet ik zo het licht uitdoen?
Of gaat het licht bij mij uit?
Een volgende loper passert mij.   “Mooie schoenen.” Denk ik nog.
Moet ik nog boodschappen…?
Hoever is het nog? Komt er wat leuks op TV? Welke dag is het vandaag?
Loper komt er langs.   Brandhaspel aan de muur.
EHB-dinges. “Hoi!”
Wat bezielde me dat ik hiervoor zelfs betaald heb.
Een dame in organisatieoutfit moedigt me aan.
5togo
Nog 5 verdiepingen.  Hoeveel heb ik dan al..?
Hoeveel treden zijn dat?
5 x 15 is 70. Nee 60, nee 75. Ja. Zoiets.
Ik tel de treden af. Tree voor tree.
Na 40 ben ik de tel kwijt en zakt de moed me in de afgeragde schoenen.
Ik hoor het tumult aan de finish.
Nog 4 treden, gangetje, bovenste verdieping met finish.
finish1
Laatste poging om op hardloper te lijken.
IMG_0838
Applaus klinkt als ik de hal in “ren”.
Ren? Klunen! Dat is het eigenlijk.
De electronische tijdwaarmening piept mijn eindtijd naar de computer.
Een jonge vrijwilligster hangt me een medaille om en feliciteert me.
Op de grond liggen atleten. Hijgend. Kapot. Gesloopt.
Hun gespierde lijven bezweet op de plavuizen vloer.
Helemaal de weg kwijt. ( Gewoon de trap op toch?)
Ik loop over de verdieping en kan door de grote ramen uitkijken over Flevoland.

Ik zie de toren bij de dijk bij Lelystad.
lstad
De televisitoren bij Hilversum.
hsum
Amsterdam.adam
Het Weerwater.
IMG_3482
Onbetaalbaar uitzicht.

Kan mijn eigen huis niet vinden.
Ik weet eigenlijk niet meer waar ik woon.
Ik ga zitten en vraag me af waar dit nou goed voor was.
Even een appje naar thuis.  Dat ik nog leef.
Even een selfie. Er verschijnt alweer een lach op het gelaat.
IMG_3478
“Boer met kiespijn” Denk ik nog.
Weer stelt het brein kritische vraag.  “Waarom Dirk? Waarom?”
Het lijf kritiekt mee. “Wil je dit nooit meer doen!!!”

Nog een rondje langs de ramen en kijken hoe de blusgasten dampend hun helm afzetten.
Nog een slokje om de keel te koelen.
Het zit er weer op.   Tijd om naar huis te gaan.

Laatste keer nam ik niet de lift naar beneden omdat deze net weg was.
Met een stel medelopers de trap af.
Gelopen?  Nee. Gerend!
Het ging als een speer.

Binnenkort opent de inschrijving weer.
Wetend dat ik me ga inschrijven heb ik op voorhand al spijt.

Erben had al het gelijkst van de wereld.   “God! Wat een gemartel!”

Waarom dan toch?
Boven komen is niet het doel.
Boven is de richting.
En uiteindelijk komen we er allemaal.

Boven.

Bijgeloof

Bijgeloof.
Kleine stukjes overtuiging, al dan niet naast je eigenlijke geloof.
Volksgeloof. Niet gebaseerd op religie of wetenschap.
Zo kan je ongeveer bijgeloof omschrijven.

Ben jij bijgelovig?  Heb je hier en daar niet een klein ritueeltje bij bepaalde handeling?
Ik ben niet (meer) gelovig.
En bijgelovig ben ik al helemaal niet. Nooit geweest ook.
Op één uitzondering na. Als ik ga vliegen.

Mijn eerste vlucht was met een vriend van mijn ouders.
De heer Swen nam me mee naar Lelystad.
Destijds was dat al en hele onderneming.
Almere stelde echt nog niets voor en Lelystad was slechts na een lange rit over de dijk bereikbaar.
Op vliegveld Lelystad stapten we in een klein sportvliegtuigje.
Een Fuji Fa200 van Martinair.
FujiFA200.jpeg
Heer Swen was destijds de oudste sportvlieger aldaar.
Bij het instappen deed ik spontaan een klein schietgebedje.  Zomaar.
“Zorg goed voor ons” fluisterde ik terwijl ik even de buitenkant van het toestel aanraakte.
Heer Swen deed allerlei dingen die piloten moeten doen voor vertrek en daar gingen we, een steeds kleiner wordende wereld onder ons latend.  Prachtig vond ik het.
Bekwaam stuurde heer Swen het toestel over Flevoland en Gooi en Vechtstreek om vervolgens weer zacht te landen in de polder.

Bij volgende vluchten in sportvliegtuigjes hield ik mijn schietgebedje vol.
En elke vlucht genoot ik met volle teugen.
Ook toen ik op latere leeftijd mij in grotere lijntoestellen richting verschillende
vakantiebestemmingen begaf bleef ik bijgelovig.  Van Ultra-light tot Jumbo-Jet.
Elk toestel kreeg een liefdevol klopje of een korte streling op op de buitenkant vergezeld van mijn  soms fluisterend gesproken verzoek: “ Zorg goed voor ons.”

Laatst ging ik voor een lang weekend naar Verona.
Ook toen ritueelde ik mijn ding.
Ik gaf een medereiziger desgevraagd kort uitleg over mijn eigenaardigheid.
Of het ook werkte, wilde de reiziger weten.
“Volgens mij wel. Ik ben nog nooit neergestort.” Antwoordde ik zonder te beseffen dat het woord “neerstorten” vlak voor een vlucht bij sommige mensen gevoelig kan liggen.
Ik had alle vertrouwen in het verhoren van mijn gebedje en zoals altijd zijn we veilig aangekomen.

Weer genoten van een mooie vlucht.

Zorg goed voor jezelf.

Liefs.

D.

 

De tijd vliegt

Deze blog wordt niet veel gelezen.
Mocht u één van de weinigen zijn dan dient u te beseffen dat u zich in een select, exclusief gezelschap bevindt.
Niet iedereen is behept met uw goede smaak voor schone letteren.
Soms wordt me gevraagd of er al een nieuwe blog op stapel staat.
Helaas ontbreekt het te vaak aan inspiratie om wat leesbaars te produceren.
Maar nu is’t dan toch zo ver.

Een nieuwe lichting kindertjes is vorige week weer galmend lang de voordeuren getrokken. Het was dit jaar anders dan vorig jaar.
Er was nu snoep in overvloed en Max was er niet meer bij.
Ook zijn er dit jaar aan mijn voordeur geen lampionnen in vlammen opgegaan.
Nee, het geheel speelde zich af in betrekkelijke rust.

Ik heb de blog over Sint Maarten 2017 eens gelezen.
Op het werk het epistel uitgeprint en gierend zitten voorlezen.
Gejankt van het lachen om mijn eigen grappen. (Fout hè?)
Ik kreeg weer trek om te gaan schrijven.
Maar waarover dan?

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Oh ja. Max. Kleine Max was een pracht.
Een allerliefst teckeltje.
Beetje in zichzelf gekeerd.
En hij had maar één grote passie.
Bal! Spelen!
Tot zijn zicht slechter werd.
Twee keer gelaserd maar uiteindelijk nagenoeg blind.
De schat.
Gelukkig wist hij zich met gehoor en liefdevolle begeleiding nog goed te redden,
tot zijn gehoor hem ook in de steek liet.
Hartverscheurend.   Eenzaam verwaald in stille duisternis.
Alleen voorzichtige aanraking en geur boden wat troost.
Het was voorbij. Mooi leven gehad.
DSCF9321
Dag vriend…

En dan merk ik het weer. De tijd vliegt.
Het besef dat ook ik meer jaren achter me heb liggen dan voor me.

De tijd vliegt.
Vliegen… Daarover meer in de volgende blog.

Liefs,

D.

SinteMaarten

Gisteravond was het weer zo ver.
Sint Maarten.
Iets met folklore traditie dinges.
Als je er naar Googelt kom je bij Wikipedia.
Een grondig antwoord op Sint Maarten vragen

SintMaarten.

Yep, ik ben te lui om het hele epistel over te typen. Klik effe lekker zelf.
De link opent (hopelijk) op een nieuw tabblad.
Tjonge, ik klink al aardig technisch.

Genoeg gelachen.
Dit jaar ben ik straal vergeten om snoepgoed te kopen.
Dat is erg.  Een zulks kan leiden tot reputatieverlies.
Toen we nog in Bussum woonden waren we niet bekend met het fenomeen “St.Maarten”.
Iets met een eiland of zo?  Dat wist ik nog wel.  Maar een feest? Nee.
De folklore was ons volstrekt onbekend.
Onze eerste elfde november in Almere was meteen raak.
Een tsunami van galmende kindertjes trok aan onze deur voorbij.
En daar wij niet meer hadden dan twee pakken speculaas deelden we in paniek maar de koekjes uit aan de ontevreden kijkende kotertjes.
“Heb ik daarvoor nou staan zingen?” zag je ze denken.
Verontschuldigen hielp niet echt.
Het heeft een paar jaargangen Sint Maarten en kilo’s snoep gekost om het respect bij de jeugd terug te winnen.

Ik heb dit weekend dienst.
Dat houdt in dat ik op de twee teckeltjes pas.
Altijd fijn als mijn twee hooligans over de vloer zijn.
Klein minpuntje; Als de bel gaat breekt de pleuris uit.
Max & Joost zetten het op een blaffen alsof ze gestolen worden.
Nou kan je op een avond als gister het nodige bezoek verwachten.
Kindertjes die “zingend” je wat snoep afhandig maken.
Ik koerste dus regelrecht af op een reputationele ramp.
Een ontwijkende aktie was nodig.
De auto was elders geparkeerd, het licht gedimd, en de deurbel onklaar gemaakt.
Ik lag met twee honden, onder een plaid, op de bank, uit het zicht.
Op de achtergrond speelde zachtjes de radio.
Het liep allemaal gesmeerd.  Een snoep-gezangloze avond zou het worden.
Ik hoorde wel het gestommel van de jeugd bij de buren, het gefrommel aan de bel.
Dit songfestival bleef ons bespaard.   Niets kon er nog mis gaan.

Ik moet uit.” gaf Joost mij aan.

De twee Tukkels hebben oersterke blazen.
Ze kunnen het wonderbaarlijk lang ophouden en, eenmaal buiten, vaak en veel plassen.
Maar, als ze moeten dan moeten ze. En bij voorkeur nu.

Dus, met de moed der wanhoop, lichten aan, schoenen en jas aan.
Honden aangelijnd en voordeur geopend.

Daar deinsde een horde van zes, niet al te muzikale, kotertjes achteruit.
Ze hadden nog niet eens aangebeld.
De kleintjes vergaten te zingen; deels van verbazing waarom die deur nou zonder aanbellen open ging, als mede uit angstig respect voor de twee hondjes.
De Tukkels hielden zich verrassend stil ondanks de meute vreemd volk voor hun deur.
Op de stoep een verzameling ouders die hun kroost begeleidde. “Toe maar. Zing maar.”
Een klein meisje keek anderhalve meter omhoog en vroeg me: “Mag ik ‘m aaien?”
Max is bijna helemaal blind en zou kunnen schrikken van haar goede bedoelingen dus heb ik liever dat ze Joost aaien. Joost is ook iets socialer.
“Aai die bruine maar eventjes.” antwoordde ik het kind.
Max was er maar gaan bij zitten. Het boeide hem kennelijk niet zo.
Joost kwispelde en likte even het kinderhandje dat zijn rug streelde.
“Hij geeft me een kusje.” glunderde het kind.
Toen zetten drie van de vijf wachtenden een lied in.
Het zou gescheeld hebben als ze hetzelfde lied hadden gezongen, maar het gebrek aan talent en opleiding in de schone kunsten werd geheel gecompenseerd door jeugdige inzet en een volhardend geloof in eigen kunnen.
Joost was via de nog openstaande voordeur maar even naar binnen geglipt en zat op de mat alles met een licht wantrouwen af te wachten.
Tegen het eind van het lied kweelden de zes keeltjes naar hartelust.

Paniek sloeg bij me in als de bliksem in een natte boom.
Ik heb geen snoep. Niets. Zelfs geen speculaasjes.
Het lied was uit. Het koortje verstomde.
Zes smoeltjes keken me verwachtingsvol aan.
Maar zoals altijd; als de nood het hoogst is…

Een klein jongetje kon de spanning niet meer aan en begon met zijn lampion te zwaaien.
Mooi gezicht.  Niet verstandig maar wel een mooi gezicht.
Zijn ouders hadden hem niet afgescheept met een modern gevalletje koudlicht-ledjes.
Nee, een echt originele lampion met een kaarsje. Ja, dat waait soms uit maar dan steekt papa dat weer aan en dan wordt het toch nog gezellig.
Je moet er alleen niet hard mee gaan zwaaien.
En jawel. Daar bleek de lampion zomogelijk nog brandbaarder dan het kaarsje.
Een forse steekvlam en het geschrokken kereltje stond te beteuteren met slechts een stokje in zijn hand.  Als een dirigentje zonder orkest.
Flarden brandende lampion vielen op de grond en de kinderen schoten alle kanten op, twee tasjes met snoepgoed achterlatend tussen de vlammende vlokken.
Max was maar even gaan liggen en Joost aanschouwde het tumult vanaf de deurmat.
Een jonge vader met een restje geldingsdrang schoot te hulp.
Uit de milde paniek in zijn ogen maakte ik op dat dit zijn eerste fik moest zijn.
Hij leek me zo’n type “bak water in brandende frituurpan”.
Ik vond hem dan ook iets enger dan de restjes lampion.
“Uittrappen!” brulde de held op een toon waarmee hij wilde doen geloven dat hij alles onder controle had. Vanaf de stoep werd hij gade geslagen door de zangkindertjes, meegelopen ouders en zijn aanstaande ex.
Prachtig hoe onze held, niet alleen de brandende lampionresten vertrapte, maar ook twee zakjes snoepgoed onder zijn zolen verpulpte.
Tot mijn genoegen zag ik hoe de laatste lampionsnippers weerstand wisten te bieden en een vlammetje deden overslaan op de blijkbaar ook brandbare broek.
Kleine blauwegele vlammetjes likten zich een weg omhoog langs het pluizig oppervlak van de stof.
“Broek uit!” riep een moeder vanaf de stoep. Dit tot genoegen van de omstanders en tot ergernis van de aanstaande ex. De kindertjes juichten. Het zag er best feestelijk uit.
De broek zelf brandde niet. Het was alleen het oppervlak van de stof.
De held maakte een merkwaardig dansje en liet van schrik wat lopen.
Daar konden de vlammetjes niet tegenop en zo doofde het vreugdig vuurtje vroegtijdig.
Direkt snelde de held weg. Naar huis, op zoek naar verschoning.
Het kinderkoortje trok teleurgesteld weg, richting een volgend publiek.
Het lampionloze knaapje was al snel getroost met een reservelampion.
Ik zwaaide de kinders uit en riep ze na: “Tot volgend jaar.”
“Dag hoor.” Riep de aanstaande ex terwijl ze kort naar me zwaaide.

Op mijn stoep lagen nog wat geblakerde stukjes lampion en twee tasjes snoepgoed waarop gewandeld leek te zijn.
Een merkwaardige stilte viel in de straat.
Joost schuifelde langzaam naar buiten, richting grasveld.
Max stond op en schuifelde achter hem aan.
Moeder natuur riep.

En als moeder roept dan geeft een Tukkel daar gehoor aan.

IMG_1187

Verlies (1)

Wat is nou “verlies”?
Iets van waarde niet (meer) hebben. Zoiets?
Leven is leren verliezen.
Voortdurend raken we zaken van waarde kwijt.

Stel: Je leest een goed boek.
Je geniet met volle teugen van het boek.
Elke pagina, elke zin, elk woord vangt je. Boeit je.
Steeds weer leg je het met tegenzin weg, maar ja, er is meer in ’t leven dan lezen alleen.
Steeds weer kijk je uit naar het moment waarop je het boek weer kan pakken.
Je stort je er gretig op en duikt weer in die andere wereld, van pagina tot pagina.

En dan, na de laatste bladzijde is het boek uit.
In het verhaal zag je dat ook wel aankomen. Je herleest de laatste alinea nog eens.
Het boek is uit. Je bent bevredigd en tevreden.
Je legt het boek weg. Er is meer in ’t leven dan lezen alleen.
Maar daags daarna ontbreekt er iets. Het boek. Het verhaal waarin je je zo heerlijk kon verliezen. Uit.  Je zou het nog eens kunnen herlezen maar de echte spanning is er af.
Je zou een nieuw boek, een nieuw verhaal kunnen nemen.
Maar dit boek is uit.
Zo was het voorbestemd en bedoeld, maar toch, in zekere zin heb je iets verloren.

Het gevoel van verlies komt voort uit het feit dat je iets van waarde hebt gehad.
Maar als het een slecht boek zou zijn geweest…
Oh, de bevrijding van die laatste pagina.
Dan is er geen verlies.
Vraag me overigens wel af waarom je zo’n boek zou uitlezen.

Verlies…
Later meer.
Voor de liefhebbers.

Liefs,
Dirk.

Padje (2)

Ja, zo blijf ik lekker bezig.
Loop ik hedenmiddag op mijn werk naar de kleedruimte, schiet een klein zwart bolletje voor mijn voeten weg.   Mijn vriendje was weer terug.
Ik ga er gemakshalve maar even van uit dat het hetzelfde padje is.
Het lijkt me echter uitgesloten dat “mijn” padje de enige in de buurt is.
Daar ik enige ervaring begin te krijgen wist ik meteen wat te doen.
Ik voel me al een echte padvinder.
Bekertje regelen, padje vangen, padje uitzetten in veiliger gebied.
En zo geschiedde het.

Deze keer dacht ik er aan om een paar plaatjes te schieten.
Wonderbaarlijk om te zien hoezeer zo’n klein diertje meteen opgaat in zijn omgeving.

Nu bleef padje niet wachten op een afscheid.
Met een sierlijk sprongetje schoot hij het riet aan de waterkant in.
“Dag Padje.” dacht ik bij mezelf.
“Tot spoedig.”

 

 

 

 

 

Berichtnavigatie