Dagdenksels

Overpeinzingen van een doorsnee Hollander.

Archief voor de maand “maart, 2015”

Angst (2)

Ik ben niet bang voor de dood.
Hoort er bij.

Een hiernamaals? Ik weet het niet. Ik geloof… Tja, wat eigenlijk?
Is er dan ook een hiervoormaals? Ik denk…

Sterven, daar ben ik bang voor.
Ik ben als de dood dat het pijn doet.
Bang dat ik niet waardig sterf.
Je laatste dagen, weken, maanden.
Wegterend op een bed.
Niet meer in staat tot afscheid nemen.

Afscheid van jou. En van jou. En van jullie.

Dus dat maar even uitgesteld.
Nog even blijven leven.

Vorige zomer had ik een dip.
Een echte. Zo één dat je zwelgt in je eigen ellende.
Lekker op vakantie, toeren door Engeland in een dikke huurauto.

DSCF6039
Nachtje logeren bij een nichtje.
Zou een week moeten duren.   Nou, dat werd ‘m dus niet.
Het was maandag heen en woensdag alweer thuis.
Zo werd het wel lekker goedkoop.

God, wat was ik blij om weer thuis te zijn.
Was het daar dan zoveel leuker? Nee. Daar zat ik mezelf ook in de weg.

Ik moest nadenken over de echte zomervakantie.

Had met een vriend het plan om naar New York te gaan.
Dat hebben we, in het licht van mijn Engeland-debacle, maar even in de koelkast gezet.
Stel je voor dat ik in NYC zo’n bevlieging zou krijgen.
Dan zou zijn vakantie onverwacht ook onverhoopt ingekort worden.
Nee, dat moesten we maar even niet doen.

Maar wat dan?

Als je een beetje hebt teruggebladerd en doorgelezen weet je van het parachutespringen.

Dus, daar hing ik dan.
Bij de tweede sprong, bungelend onder de chute keek ik naar beneden en bedacht dat, als die beenbanden zouden scheuren, ik wel heel diep zou vallen. Bovenop een boerderij.
Daar kwam de angst om te sterven in volle glorie naar boven. Ik wil helemaal niet dood.

Heerlijk om dat te ontdekken als je gedipt hebt.

Het intens verlangen te blijven leven.

Nou ja. Die angst heb ik dus overwonnen. Meerdere malen.
Elke keer weer, doodsangst, peultjes en 7 kleuren str…
En na de sprong steeds weer dat mooie gevoel te willen leven.
Dat voel je pas als het er toe doet.
Kortom, neem wat extra schoon ondergoed mee en doe eens gek.
Wees niet bang om bang te zijn.
Wie geen angst kent kan ook niet moedig zijn.
Moedig ben je pas als je je angst overwint.

Een medeparachutist zei dat hij mij stoer vond.
Hij, zo’n echte man met een woonboerderij, een Harley Davidson, twee blonde rondborstige vriendinnen en een goddelijke torso, vond mij stoer.
Even dacht ik dat hij te hard op de grond terecht gekomen was, tot hij vertelde wat hij bedoelde.
“Ik ben niet bang. Ik spring gewoon. Hup, geen kunst aan.”
“Jij bent bang, elke keer weer en je springt toch.”
“Dat is pas stoer.”

Dus Dirk is stoer.

Weer wat nieuws.

Waar angst al niet toe kan leiden.

IMG_8456

Liefs.

Dirk.

Angst (1)

Yep.
Nieuwe serie.
Over angst.
Grootste angst? De dood. Sterven.
Geldt niet voor iedereen. Lees maar verder.

Hun handen ineen. Zacht maar stevig genoeg om niet de grip op elkaar te verliezen.
Haar duim streelde zachtjes over de rug van zijn hand.
Ze keken elkaar lang aan. Ze ademden kalm in het zelfde ritme.
Vergaten de naargeestige omgeving om hen heen.
„Je ruikt lekker.” zei hij. „Wat is het?”
Kruidnagel?” zei ze met vragende toon terwijl ze een glimlach onderdrukte.
„Amandelolie. Hoeveel liter hebben we daarvan niet versmeerd in die jaren?”
Ouwe viespeuk” grapte ze.
„Is het dan nu zover?” fluisterde hij.
Ze knikte zachtjes maar overtuigend.
Heeft het toch nog ruim 30 jaar geduurd voordat…” sprak ze zacht.
Haar stem brak en een traan rolde over haar gerimpelde wang.
„Toch nog afscheid nemen.” zuchtte hij terwijl hij langs haar heen keek.  „Ik hou van je.”
Hoef je niet te zeggen. Dat weet ik, al 33 jaar lang.
En ik hou van jou. Vanaf het eerste moment tot het laatste.
Er viel een stilte. Niet ongemakkelijk. Gewoon rustig.
Ze keken elkaar lang aan.
Af en toe rolde er een traan over een wang, langzaam naar een glimlachende mond.
17, denk ik.” sprak ze plots.
„17 wat?” Vroeg hij.
Liter. 17  liter kruidnagelolie.” sprak ze hees.
„Amandelolie” fluisterde hij, tegen beter weten in.
Glimlachend keken ze elkaar weer aan terwijl de laatste tijd verstreek.
„Heb je pijn?”
Ja, maar het gaat wel.
„Ben je bang?”
Nee, het is goed zo.”   „Pas jij wel goed op jezelf?
„Net zo goed als jij altijd op mij gepast hebt.”
„Schuif nou maar op. Gaan we nog één keer lepeltjes.”
Laatste keer lepeltjes.” Fluisterde ze.
Een lange stilte volgde.
Waarom heb ik het idee dat ik niet alleen ga?
„Omdat ik met je mee ga en altijd bij je blijf.”
Wat?   Wat ben je van plan?
„ Lig nou maar stil. Ik heb geen plannen meer.”
Ouwe gek. Ik hou van je.
„Ik ook van jou. Ssshhhh.”
Weer volgde een lange stilte. Het ritmisch geluid van het ademen werdt steeds zachter.
“Misschien dat we morgen . . .”
Zijn zin eindigde in een zucht maar werd niet meer gehoord.

Een verpleegster kwam stil de kamer binnnen gelopen.
Ze keek glimlachend naar het stel op het bed.
Haar oog viel op een enveloppe die op het tafeltje lag.
“Zuster” stond er op geschreven.
Ze keek weer naar het stel op het bed.
„Lepeltjes.” Dacht ze hardop, ontroerd door de lieflijke aanblik.
Pas toen viel de stilte haar op maar was er niet door verrast.
Even gleed de glimlach wat van haar gezicht en ze keek bedachtzaam de kamer rond.
Toen zag ze de lege stripjes van de slaaptabletten in de wastafel liggen.
Ze haalde stil de kaart uit de enveloppe.
In een mooi sierlijk handschrift stond er geschreven: “Dank je wel.”
Ze glimlachte weer en fluisterde: “Graag gedaan.”

 

 

Grenzen (11)

Parachutespringen.

Allereerst, waaruit spring je dan? Uit een vliegtuig.

Dat is de meest voor de handliggende keuze.

Je kan ook van een, vooral hoog, gebouw afspringen. Of uit het mandje van een luchtballon.

En dit is ‘m dan. Ongeveer het statieportret van de PH-JAS.

Doet trouw dienst op Texel.

Voorzien van een sterke motor zodat de springers in no time boven zijn.

Eenmaal boven springen ze er gewoon uit. Niet dat er iets mis is met het toestel.

Nee, gewoon omdat dat leuk is.

Op weg naar boven neem ik me voor dat dit ècht de laatste keer is.

De roldeur gaat open en ik klamp me in paniek vast aan alles wat ik kan beetpakken.

Meestal betreft het ledematen van andere springers die er nadrukkelijk minder moeite mee hebben.

Ze kunnen er gelukkig om lachen. 

Ze vinden het toch leuk om de “bange poepert van middelbare leeftijd” toch te zien springen.

Tjeees wat ben ik bang om er uit te vallen.

Dan ben ik aan de beurt. De angst maakt plaats voor concentratie.

Ik moet echt mijn best doen voor een goeie exit. Dus in goede positie het vliegtuig uit.

De jumpmaster helpt me geduldig. “Ready?” roept hij vragend.

Ik knik en brul: “Yes!”

Lachend roept hij :”Go!” en huppatee, ik ben er uit.

In veel gevallen ging het geheugen even uit.

Alles tolde, schokte en slingerde.

Maar soms ging het naar wens.

Ik keek het vliegtuig na en zag er een arm uit steken met een duim omhoog.

Grijnzend vergeet ik te tellen. 1001, 1002, 1003.

Boven mijn hoofd zie ik hoe de parachte zich ontvouwt en gevuld wordt met lucht.

Ze krijgt een mooie rechthoekige vorm en het windgeraas neemt af.

Mijn maag heeft zich al drie keer omgedraaid.

Soms zitten de lijnen ook een beetje gedraaid.  Een twist.

Hoogte aflezen op je hoogtemeter en trappende bewegingen maken met je benen.

Je draait onder de chute de twist er makkelijk uit. ( tot nu toe )

Dan pak je je stuurlijnen en trekt ze los van het klitteband.

Tot nu toe staat de parachute een beetje op de handrem.

Door de stuurlijnen te laten vieren begint het echte vliegen.

Snel kijken, naar voren en om je heen. Geen andere para’s om overlast te bezorgen. Goed zo.

Nu kijken waar ik eigenlijk ben. Wel zo handig om je landingsplaats tijdig te vinden.

Weer hoogte controleren. Genieten van het uitzicht. Route uitstippelen naar landingspunt. Hoogte aflezen.

Sturen, genieten, juichen, hoogte checken, sturen en klaarmaken voor touch-down.

Vlak boven de grond moet je de chute afremmen. Dat heet “flaren”.

Je doet dat door beide stuurlijnen helemaal aan te trekken.

Zoals een vliegtuig zijn flaps helemaal omlaag laat zakken.

Te laat en je gaat te hard de grond in, te vroeg en de chute verliest draagvermogen, ook “BONK”.

Nou verkloot ik een hoop bij het springen nogal wat maar mijn timing wat flaren betreft zit wel goed.

Eerste sprongen nog wat gerommeld maar al snel boterzacht op de voetjes weten te landen.

Om te voorkomen dat de wind alsnog vat krijgt op je chute trek je één stuurlijn helemaal aan.

Kans bestaat dat je anders over het veld gesleept wordt.

Vast een grappig gezicht maar grote kans dat ergens een sloot is waarin je vooral niet…

De chute kantelt naar kant en frommelt op het gras.

Het geheel bundel je tot een draagbaar pakket en je wandelt naar het verzamelpunt.

Gezichtskramp. Een grijns van oor tot oor. 

Angst overwonnen. Kak! Dit was gaaf! Nog een keer!

Alle paniekbezwaren zijn verdwenen. Voorlopig.

Die komen wel weer als ik in het toestel zit, op weg naar boven.

Hoe lang ik blijf springen?

Zolang het mag. Zolang ik nog durf.

Er zijn vast wel grenzen aan mijn heldenmoed. The sky is the limit.

De blauwe lucht verleidt me, ik kan haar niet weerstaan.

De blauwe lucht bevrijdt me, geeft zin aan mijn bestaan.

Ondanks mijn angsten, moet ik nog één keer gaan.

Naar het domein van de vogels, die vrij zijn in hun vlucht,

Gedragen op hun vleugels in een hemelsblauwe lucht.

Daar wil ik bij zijn. Daar wil ik vrij zijn.

 

Liefs,

Dirk.

 

Berichtnavigatie