Angst (2)
Ik ben niet bang voor de dood.
Hoort er bij.
Een hiernamaals? Ik weet het niet. Ik geloof… Tja, wat eigenlijk?
Is er dan ook een hiervoormaals? Ik denk…
Sterven, daar ben ik bang voor.
Ik ben als de dood dat het pijn doet.
Bang dat ik niet waardig sterf.
Je laatste dagen, weken, maanden.
Wegterend op een bed.
Niet meer in staat tot afscheid nemen.
Afscheid van jou. En van jou. En van jullie.
Dus dat maar even uitgesteld.
Nog even blijven leven.
Vorige zomer had ik een dip.
Een echte. Zo één dat je zwelgt in je eigen ellende.
Lekker op vakantie, toeren door Engeland in een dikke huurauto.

Nachtje logeren bij een nichtje.
Zou een week moeten duren. Nou, dat werd ‘m dus niet.
Het was maandag heen en woensdag alweer thuis.
Zo werd het wel lekker goedkoop.
God, wat was ik blij om weer thuis te zijn.
Was het daar dan zoveel leuker? Nee. Daar zat ik mezelf ook in de weg.
Ik moest nadenken over de echte zomervakantie.
Had met een vriend het plan om naar New York te gaan.
Dat hebben we, in het licht van mijn Engeland-debacle, maar even in de koelkast gezet.
Stel je voor dat ik in NYC zo’n bevlieging zou krijgen.
Dan zou zijn vakantie onverwacht ook onverhoopt ingekort worden.
Nee, dat moesten we maar even niet doen.
Maar wat dan?
Als je een beetje hebt teruggebladerd en doorgelezen weet je van het parachutespringen.
Dus, daar hing ik dan.
Bij de tweede sprong, bungelend onder de chute keek ik naar beneden en bedacht dat, als die beenbanden zouden scheuren, ik wel heel diep zou vallen. Bovenop een boerderij.
Daar kwam de angst om te sterven in volle glorie naar boven. Ik wil helemaal niet dood.
Heerlijk om dat te ontdekken als je gedipt hebt.
Het intens verlangen te blijven leven.
Nou ja. Die angst heb ik dus overwonnen. Meerdere malen.
Elke keer weer, doodsangst, peultjes en 7 kleuren str…
En na de sprong steeds weer dat mooie gevoel te willen leven.
Dat voel je pas als het er toe doet.
Kortom, neem wat extra schoon ondergoed mee en doe eens gek.
Wees niet bang om bang te zijn.
Wie geen angst kent kan ook niet moedig zijn.
Moedig ben je pas als je je angst overwint.
Een medeparachutist zei dat hij mij stoer vond.
Hij, zo’n echte man met een woonboerderij, een Harley Davidson, twee blonde rondborstige vriendinnen en een goddelijke torso, vond mij stoer.
Even dacht ik dat hij te hard op de grond terecht gekomen was, tot hij vertelde wat hij bedoelde.
“Ik ben niet bang. Ik spring gewoon. Hup, geen kunst aan.”
“Jij bent bang, elke keer weer en je springt toch.”
“Dat is pas stoer.”
Dus Dirk is stoer.
Weer wat nieuws.
Waar angst al niet toe kan leiden.
Liefs.
Dirk.

