Dagdenksels

Overpeinzingen van een doorsnee Hollander.

Archief voor de categorie “Dagelijkse kost”

Verlies (1)

Wat is nou “verlies”?
Iets van waarde niet (meer) hebben. Zoiets?
Leven is leren verliezen.
Voortdurend raken we zaken van waarde kwijt.

Stel: Je leest een goed boek.
Je geniet met volle teugen van het boek.
Elke pagina, elke zin, elk woord vangt je. Boeit je.
Steeds weer leg je het met tegenzin weg, maar ja, er is meer in ’t leven dan lezen alleen.
Steeds weer kijk je uit naar het moment waarop je het boek weer kan pakken.
Je stort je er gretig op en duikt weer in die andere wereld, van pagina tot pagina.

En dan, na de laatste bladzijde is het boek uit.
In het verhaal zag je dat ook wel aankomen. Je herleest de laatste alinea nog eens.
Het boek is uit. Je bent bevredigd en tevreden.
Je legt het boek weg. Er is meer in ’t leven dan lezen alleen.
Maar daags daarna ontbreekt er iets. Het boek. Het verhaal waarin je je zo heerlijk kon verliezen. Uit.  Je zou het nog eens kunnen herlezen maar de echte spanning is er af.
Je zou een nieuw boek, een nieuw verhaal kunnen nemen.
Maar dit boek is uit.
Zo was het voorbestemd en bedoeld, maar toch, in zekere zin heb je iets verloren.

Het gevoel van verlies komt voort uit het feit dat je iets van waarde hebt gehad.
Maar als het een slecht boek zou zijn geweest…
Oh, de bevrijding van die laatste pagina.
Dan is er geen verlies.
Vraag me overigens wel af waarom je zo’n boek zou uitlezen.

Verlies…
Later meer.
Voor de liefhebbers.

Liefs,
Dirk.

Padje (2)

Ja, zo blijf ik lekker bezig.
Loop ik hedenmiddag op mijn werk naar de kleedruimte, schiet een klein zwart bolletje voor mijn voeten weg.   Mijn vriendje was weer terug.
Ik ga er gemakshalve maar even van uit dat het hetzelfde padje is.
Het lijkt me echter uitgesloten dat “mijn” padje de enige in de buurt is.
Daar ik enige ervaring begin te krijgen wist ik meteen wat te doen.
Ik voel me al een echte padvinder.
Bekertje regelen, padje vangen, padje uitzetten in veiliger gebied.
En zo geschiedde het.

Deze keer dacht ik er aan om een paar plaatjes te schieten.
Wonderbaarlijk om te zien hoezeer zo’n klein diertje meteen opgaat in zijn omgeving.

Nu bleef padje niet wachten op een afscheid.
Met een sierlijk sprongetje schoot hij het riet aan de waterkant in.
“Dag Padje.” dacht ik bij mezelf.
“Tot spoedig.”

 

 

 

 

 

Padje

Er wordt gedacht dat ik in de war ben.
Ik krijg ongevraagd deskundige zielenhulp aangeboden.
Ik weet niet waarom.

Ik liep, op mijn werk ik Weesp, in de toegangshal van waaruit je naar de kantoren en de fabriek kunt gaan.
In de hal hangt de electronische prikklok alwaar ik dagelijks mijn aanwezigheid bevestig.
Alsof ik met met werk al niet genoeg sporen van mijn bestaan nalaat.
Ook mijn vertrek geef ik er dagelijks aan.
Pasje er langs en een luide “PIEP” geeft aan dat ik weer even vrij ben.
Ook is er de trap naar boven, tenminste als je beneden staat.
Als je boven staat is het de trap naar beneden.
In de hal is het een komen en gaan van mensen.

En daar hopte opeens een klein zwart bolletje over de tegelvloer.
Roestbruin, bijna zwart. Zag er ook een beetje uit als een klompje aarde.
Duidelijk geen muisje. Muizen zijn grijs en razendsnel.

kermit_big

Vast geen kikker want kikkers zijn groen.
Kijk maar naar Kermit hoewel hij, op zijn beurt, een gek kraagje en bolle witte ogen heeft.
Mijn bolletje zwart niet.
Geen kraagje, alleen kleine zwarte kraaloogjes.
Met zijn dunne pootjes maakte hij kleine sprongetjes.
Een langzame reis over een koude tegelvloer.
Nu is een industriële omgeving niet bepaald geschikt voor reptilia.
Dus is de hal, waar overwerkt voetvolk veelal geen oog zal hebben voor hoppende bolletjes, geen gezonde habitat.
Diervriendelijk als ik ben, besloot ik Padje naar een betere omgeving te brengen.
Oppakken is niet mijn ding. Eerlijk gezegd vind ik het toch een beetje eng of vies.
Ook ben ik bang dat ik Padje te stevig vasthoud en onbedoeld kwetsuren toebreng.
Hou het op een gezonde aversie. We raken elkaar gewoon zo min mogelijk aan.
Een leeg plastic koffiebekertje bood uitkomst.
Padje er in geschept en naar buiten.
Een stuk verderop op het terrein is een grote vijver met veel gras er omheen.

In de vijver woont al jaren een forse schildpad die winterhard blijkt te zijn.
Niet zo’n kunst met de Hollandse winters, maar toch.
Op warme dagen zit Stoffel op een soort loopplankje te zonnebaden.
Padje was het niet zo eens met zijn vervoermiddel en probeerde uit het bekertje te klimmen.
Zijn lange ranke pootjes klauwden langs de te gladde wand van het bekertje.
Hij kwam niet verder en gaf na enige tijd zijn ontsnappingspoging op.

Nu dien ik even toe te lichten dat het bij ons niet toegestaan is om met levensmiddelen in de hand over het terrein te gaan.
De regel zal wel enig nut hebben. Denk ik.
Er viel niet te zien wat er in mijn bekertje zat en al snel werd ik door een collega aangesproken.  Niet dat het hem boeide dat ik koffie bij me zou hebben maar meer om mij de vreemde regel eens stevig in te wrijven.
Ik toonde hem Padje. “Liep bij ons, in de hal”.
Ik kreeg direct goedkeurende ontheffing.
Door, richting de vijver.

De vraag kwam bij me op: “Moet Padje in of naast de vijver?
Kan hij wel zwemmen?
Ik besloot hem aan de rand van de vijver in het gras te zetten.
Kon hij zelf kiezen.
Padje bleek echter snel gewend te zijn aan het bekertje en hij verzette zich heftig tegen de uitzetting uit het tijdelijk onderkomen.
Beetje schudden met het bekertje en met een onhoorbaar plofje kwam hij in het gras terecht.  Hij vouwde zijn ranke pootjes onder zijn lijfje en bleef stil zitten.
Meerdere redenen deden me afzien van een afscheidskusje.
– Ik geloof niet zo in sprookjes tenzij ze uit Den Haag komen.
– Het betrof hier een pad en geen kikker.
– Bovendien, wat moet ik met een wonderschone prins?
Padje zat roerloos in het gras.
Dankbaar? Ik weet het niet. Ik was het in elk geval wel.

Ik besloot weer aan het werk te gaan en stond behoedzaam op.
Toen ik een paar meter van hem verwijderd was draaide ik me om en keek naar de plek waar ik hem achtergelaten had. Ik kon hem uiteraard niet meer zien.
Ik riep hem toe: “Pas je op voor de reiger?!”
Een passerende collega keek me verbaasd aan en vroeg: “Tegen wie praat jij nou? Gaat het wel goed met je, Dirk?”
Ik keek hem tevreden aan en zei: “Ja hoor, ik ben van mijn padje af.”

Kort daarna werd ik benaderd door de eerst hulpverlener…

Berichtnavigatie