Dagdenksels

Overpeinzingen van een doorsnee Hollander.

Archief voor de tag “Angst”

Angst (2)

Ik ben niet bang voor de dood.
Hoort er bij.

Een hiernamaals? Ik weet het niet. Ik geloof… Tja, wat eigenlijk?
Is er dan ook een hiervoormaals? Ik denk…

Sterven, daar ben ik bang voor.
Ik ben als de dood dat het pijn doet.
Bang dat ik niet waardig sterf.
Je laatste dagen, weken, maanden.
Wegterend op een bed.
Niet meer in staat tot afscheid nemen.

Afscheid van jou. En van jou. En van jullie.

Dus dat maar even uitgesteld.
Nog even blijven leven.

Vorige zomer had ik een dip.
Een echte. Zo één dat je zwelgt in je eigen ellende.
Lekker op vakantie, toeren door Engeland in een dikke huurauto.

DSCF6039
Nachtje logeren bij een nichtje.
Zou een week moeten duren.   Nou, dat werd ‘m dus niet.
Het was maandag heen en woensdag alweer thuis.
Zo werd het wel lekker goedkoop.

God, wat was ik blij om weer thuis te zijn.
Was het daar dan zoveel leuker? Nee. Daar zat ik mezelf ook in de weg.

Ik moest nadenken over de echte zomervakantie.

Had met een vriend het plan om naar New York te gaan.
Dat hebben we, in het licht van mijn Engeland-debacle, maar even in de koelkast gezet.
Stel je voor dat ik in NYC zo’n bevlieging zou krijgen.
Dan zou zijn vakantie onverwacht ook onverhoopt ingekort worden.
Nee, dat moesten we maar even niet doen.

Maar wat dan?

Als je een beetje hebt teruggebladerd en doorgelezen weet je van het parachutespringen.

Dus, daar hing ik dan.
Bij de tweede sprong, bungelend onder de chute keek ik naar beneden en bedacht dat, als die beenbanden zouden scheuren, ik wel heel diep zou vallen. Bovenop een boerderij.
Daar kwam de angst om te sterven in volle glorie naar boven. Ik wil helemaal niet dood.

Heerlijk om dat te ontdekken als je gedipt hebt.

Het intens verlangen te blijven leven.

Nou ja. Die angst heb ik dus overwonnen. Meerdere malen.
Elke keer weer, doodsangst, peultjes en 7 kleuren str…
En na de sprong steeds weer dat mooie gevoel te willen leven.
Dat voel je pas als het er toe doet.
Kortom, neem wat extra schoon ondergoed mee en doe eens gek.
Wees niet bang om bang te zijn.
Wie geen angst kent kan ook niet moedig zijn.
Moedig ben je pas als je je angst overwint.

Een medeparachutist zei dat hij mij stoer vond.
Hij, zo’n echte man met een woonboerderij, een Harley Davidson, twee blonde rondborstige vriendinnen en een goddelijke torso, vond mij stoer.
Even dacht ik dat hij te hard op de grond terecht gekomen was, tot hij vertelde wat hij bedoelde.
“Ik ben niet bang. Ik spring gewoon. Hup, geen kunst aan.”
“Jij bent bang, elke keer weer en je springt toch.”
“Dat is pas stoer.”

Dus Dirk is stoer.

Weer wat nieuws.

Waar angst al niet toe kan leiden.

IMG_8456

Liefs.

Dirk.

Angst (1)

Yep.
Nieuwe serie.
Over angst.
Grootste angst? De dood. Sterven.
Geldt niet voor iedereen. Lees maar verder.

Hun handen ineen. Zacht maar stevig genoeg om niet de grip op elkaar te verliezen.
Haar duim streelde zachtjes over de rug van zijn hand.
Ze keken elkaar lang aan. Ze ademden kalm in het zelfde ritme.
Vergaten de naargeestige omgeving om hen heen.
„Je ruikt lekker.” zei hij. „Wat is het?”
Kruidnagel?” zei ze met vragende toon terwijl ze een glimlach onderdrukte.
„Amandelolie. Hoeveel liter hebben we daarvan niet versmeerd in die jaren?”
Ouwe viespeuk” grapte ze.
„Is het dan nu zover?” fluisterde hij.
Ze knikte zachtjes maar overtuigend.
Heeft het toch nog ruim 30 jaar geduurd voordat…” sprak ze zacht.
Haar stem brak en een traan rolde over haar gerimpelde wang.
„Toch nog afscheid nemen.” zuchtte hij terwijl hij langs haar heen keek.  „Ik hou van je.”
Hoef je niet te zeggen. Dat weet ik, al 33 jaar lang.
En ik hou van jou. Vanaf het eerste moment tot het laatste.
Er viel een stilte. Niet ongemakkelijk. Gewoon rustig.
Ze keken elkaar lang aan.
Af en toe rolde er een traan over een wang, langzaam naar een glimlachende mond.
17, denk ik.” sprak ze plots.
„17 wat?” Vroeg hij.
Liter. 17  liter kruidnagelolie.” sprak ze hees.
„Amandelolie” fluisterde hij, tegen beter weten in.
Glimlachend keken ze elkaar weer aan terwijl de laatste tijd verstreek.
„Heb je pijn?”
Ja, maar het gaat wel.
„Ben je bang?”
Nee, het is goed zo.”   „Pas jij wel goed op jezelf?
„Net zo goed als jij altijd op mij gepast hebt.”
„Schuif nou maar op. Gaan we nog één keer lepeltjes.”
Laatste keer lepeltjes.” Fluisterde ze.
Een lange stilte volgde.
Waarom heb ik het idee dat ik niet alleen ga?
„Omdat ik met je mee ga en altijd bij je blijf.”
Wat?   Wat ben je van plan?
„ Lig nou maar stil. Ik heb geen plannen meer.”
Ouwe gek. Ik hou van je.
„Ik ook van jou. Ssshhhh.”
Weer volgde een lange stilte. Het ritmisch geluid van het ademen werdt steeds zachter.
“Misschien dat we morgen . . .”
Zijn zin eindigde in een zucht maar werd niet meer gehoord.

Een verpleegster kwam stil de kamer binnnen gelopen.
Ze keek glimlachend naar het stel op het bed.
Haar oog viel op een enveloppe die op het tafeltje lag.
“Zuster” stond er op geschreven.
Ze keek weer naar het stel op het bed.
„Lepeltjes.” Dacht ze hardop, ontroerd door de lieflijke aanblik.
Pas toen viel de stilte haar op maar was er niet door verrast.
Even gleed de glimlach wat van haar gezicht en ze keek bedachtzaam de kamer rond.
Toen zag ze de lege stripjes van de slaaptabletten in de wastafel liggen.
Ze haalde stil de kaart uit de enveloppe.
In een mooi sierlijk handschrift stond er geschreven: “Dank je wel.”
Ze glimlachte weer en fluisterde: “Graag gedaan.”

 

 

Berichtnavigatie