Kat
Ach, wat zielig.
Je vraagt het je wel eens af.
“Wat was dat?” Duidend op een stoffelijk overschotje in de berm.
Vaak niet herkenbaar.
Soms min of meer maar dan toch ernstig beschadigd.
Trieste slachtoffertjes van onze welvaart.
Deze week zag ik er weer één.
Een zwarte kat. Zo sneu.
Ik bespaar u de details van de aanblik.
Ik vroeg me af hoe het de “dader” nu verging.
Het brengt toch ongeluk als een zwarte kat je pad kruist?
Met plaatsvervangend schuldgevoel naar de kat, reed ik door.
En gedurende het vervolg van mijn rit kwam onderstaand naar boven.
( Eerlijk gezegd had de kat beter verdiend.)
De kat had negen levens
Wie had dat nou gedacht?
De kat dacht aan onsterfelijk
Toen had hij er nog acht.
De kat had nog acht levens
Hij wilde veel beleven
Teveel, de hond was hem de baas
Toen had hij er nog zeven.
De kat had zeven levens
Sprong voor vrienden op de bres
Zij niet voor hem, dat was heel sneu
Toen had hij er nog zes.
De kat had nog zes levens
Zat lekker in zijn lijf
Behalve bij de dierenarts
Toen had hij er nog vijf.
De kat had nog vijf levens
De deur stond op een kier
Maar door de wind sloeg die plots dicht
Toen had hij er nog vier.
De kat had nog vier levens
Was angstig, maar voor wie?
En toen hij het te weten kwam
had hij er nog maar drie.
De kat had slechts drie levens
Voorzichtig en gedwee
Zo werd het leven hem te saai
Toen had hij er nog twee.
De kat had slechts twee levens
en dacht “straks heb ik geen”.
Met angst vervuld verstreek zijn tijd
Toen had hij er nog één.
De kat had nog één leven
Hij voelde zich een sul
Zijn tijd zinloos aan niets verspeeld
Toen had hij er nog nul.
De kat had echt geen leven
Zoals u al vermoedt
De dierenhemel is heel mooi
Negen levens weer tegoed.
Ik ben geen kat met met negen levens
Mijn tijd zal ook eens komen
Realiseer ik in de tijd die rest
Mijn aller mooiste dromen.
( Beetje van Freek, beetje van mezelf.)
Liefs,
Dirk