Dagdenksels

Overpeinzingen van een doorsnee Hollander.

Archief voor de tag “Texel”

Wrak

Deze slideshow vereist JavaScript.

Het is niet zomaar een eiland. Texel.
Het is een prachteiland. Ons grootste waddeneiland.
Ik ben er weg van. Verliefd op, zo u wilt.
U zult het kennen als toeristische trekpleister.
Er is voor elk wat wils en het weer is er overwegend mooier dan in de meeste delen van Nederland.

In het noorden van het eiland, vlak bij de beroemde vuurtoren,
ligt De Cocksdorp. Één van de vele pitoreske dorpjes die het eiland rijk is.
Daar, aan de noordoostkant, ligt het gemaal “De Cocksdorp”.
Het is één van de vele gemalen die de polders van Texel droog houden.
Staande op de dijk bij het gemaal kijk je uit over de Waddenzee.

Als ik daar, vroeg in de ochtend, sta is het eb.
Mijn oog valt op een bootje. Het is een sloep of zo, ik heb daar niet zo’n kijk op.
Wel is het me duidelijk dat dit vaartuig zijn langste tijd heeft gehad.

Opgeëist door Neptunus. Gegrepen door de golven. Geclaimd door de modder.

Het zal geen scheepsramp geweest zijn. Geen schipbreuk.
Geen mooie verhalen van helden van de reddingsmaatschappij.
Geen sterke verhalen van de jutters over rijke vondsten op het wad.
Nee, gewoon een klein oud bootje dat zijn langste tijd al heeft gehad.

Het weer is mooi en ik maak een paar foto’s.
Herinneringen voor later.
Zo zal het bootje nooit helemaal wegzinken in diepduistere vergetelheid.

 

Grenzen (11)

Parachutespringen.

Allereerst, waaruit spring je dan? Uit een vliegtuig.

Dat is de meest voor de handliggende keuze.

Je kan ook van een, vooral hoog, gebouw afspringen. Of uit het mandje van een luchtballon.

En dit is ‘m dan. Ongeveer het statieportret van de PH-JAS.

Doet trouw dienst op Texel.

Voorzien van een sterke motor zodat de springers in no time boven zijn.

Eenmaal boven springen ze er gewoon uit. Niet dat er iets mis is met het toestel.

Nee, gewoon omdat dat leuk is.

Op weg naar boven neem ik me voor dat dit ècht de laatste keer is.

De roldeur gaat open en ik klamp me in paniek vast aan alles wat ik kan beetpakken.

Meestal betreft het ledematen van andere springers die er nadrukkelijk minder moeite mee hebben.

Ze kunnen er gelukkig om lachen. 

Ze vinden het toch leuk om de “bange poepert van middelbare leeftijd” toch te zien springen.

Tjeees wat ben ik bang om er uit te vallen.

Dan ben ik aan de beurt. De angst maakt plaats voor concentratie.

Ik moet echt mijn best doen voor een goeie exit. Dus in goede positie het vliegtuig uit.

De jumpmaster helpt me geduldig. “Ready?” roept hij vragend.

Ik knik en brul: “Yes!”

Lachend roept hij :”Go!” en huppatee, ik ben er uit.

In veel gevallen ging het geheugen even uit.

Alles tolde, schokte en slingerde.

Maar soms ging het naar wens.

Ik keek het vliegtuig na en zag er een arm uit steken met een duim omhoog.

Grijnzend vergeet ik te tellen. 1001, 1002, 1003.

Boven mijn hoofd zie ik hoe de parachte zich ontvouwt en gevuld wordt met lucht.

Ze krijgt een mooie rechthoekige vorm en het windgeraas neemt af.

Mijn maag heeft zich al drie keer omgedraaid.

Soms zitten de lijnen ook een beetje gedraaid.  Een twist.

Hoogte aflezen op je hoogtemeter en trappende bewegingen maken met je benen.

Je draait onder de chute de twist er makkelijk uit. ( tot nu toe )

Dan pak je je stuurlijnen en trekt ze los van het klitteband.

Tot nu toe staat de parachute een beetje op de handrem.

Door de stuurlijnen te laten vieren begint het echte vliegen.

Snel kijken, naar voren en om je heen. Geen andere para’s om overlast te bezorgen. Goed zo.

Nu kijken waar ik eigenlijk ben. Wel zo handig om je landingsplaats tijdig te vinden.

Weer hoogte controleren. Genieten van het uitzicht. Route uitstippelen naar landingspunt. Hoogte aflezen.

Sturen, genieten, juichen, hoogte checken, sturen en klaarmaken voor touch-down.

Vlak boven de grond moet je de chute afremmen. Dat heet “flaren”.

Je doet dat door beide stuurlijnen helemaal aan te trekken.

Zoals een vliegtuig zijn flaps helemaal omlaag laat zakken.

Te laat en je gaat te hard de grond in, te vroeg en de chute verliest draagvermogen, ook “BONK”.

Nou verkloot ik een hoop bij het springen nogal wat maar mijn timing wat flaren betreft zit wel goed.

Eerste sprongen nog wat gerommeld maar al snel boterzacht op de voetjes weten te landen.

Om te voorkomen dat de wind alsnog vat krijgt op je chute trek je één stuurlijn helemaal aan.

Kans bestaat dat je anders over het veld gesleept wordt.

Vast een grappig gezicht maar grote kans dat ergens een sloot is waarin je vooral niet…

De chute kantelt naar kant en frommelt op het gras.

Het geheel bundel je tot een draagbaar pakket en je wandelt naar het verzamelpunt.

Gezichtskramp. Een grijns van oor tot oor. 

Angst overwonnen. Kak! Dit was gaaf! Nog een keer!

Alle paniekbezwaren zijn verdwenen. Voorlopig.

Die komen wel weer als ik in het toestel zit, op weg naar boven.

Hoe lang ik blijf springen?

Zolang het mag. Zolang ik nog durf.

Er zijn vast wel grenzen aan mijn heldenmoed. The sky is the limit.

De blauwe lucht verleidt me, ik kan haar niet weerstaan.

De blauwe lucht bevrijdt me, geeft zin aan mijn bestaan.

Ondanks mijn angsten, moet ik nog één keer gaan.

Naar het domein van de vogels, die vrij zijn in hun vlucht,

Gedragen op hun vleugels in een hemelsblauwe lucht.

Daar wil ik bij zijn. Daar wil ik vrij zijn.

 

Liefs,

Dirk.

 

Grenzen (7)

Yep, grenzen verleggen.
Waarom zou je?
Waar zijn grenzen nou voor? Om ze steeds maar in twijfel te trekken?
Toch heb ik deze zomer een persoonlijke grens verlegd.
Hoe? Door er overheen te stappen.
Deze zomer ben ik uit een goed werkend vliegtuig gesprongen.
Ik wilde een “doe”vakantie. Iets leren.
Dan is parachutespringen een logische keuze. NOT!
Nog steeds begrijp ik de keuze niet echt.
Zal te maken hebben met het feit dat ik domweg geen flauw benul had wat me te wachten stond.
Na anderhalve dag theorie en grondoefeningen was het zover. De eerste sprong.
Als een zak kunstmest “lazerde”ik uit het vliegtuig.
De chute ging normaal open en ik kwam redelijk netjes terug op moeder aarde.
Sprong twee viel nog mee maar sprong drie was doodeng.
Niet dat er iets fout ging maar ik kneep ‘m gewoon als een ouwe dief.
Om het brevetje te halen en de cursus af te ronden moest ik nog twee keer.
Ja, mooi niet, spring zelf.
Een goed gesprek met een top-instructeur volgde. “Dan stop je toch gewoon?!”
Kak. Of Cock. Voelde me slecht, beroerd. Waarom had ik mezelf dit aangedaan?
Toch door naar sprong 4 en 5. Brevet was binnen.
Volgde weer wat theorie en grondoefeningen met als afsluiting een vrij val onder begeleiding.

Het zat er op en ik kon vakantie houden. Klaar.
Na 1 uur knaagde het gevoel dat ik wilde springen.
Niet omdat het moest maar uit vrij wil.
Steeds weer springen om over de angst heen te stappen.
En steeds weer in de vlucht naar boven het idee dat dit de laatste sprong zou zijn.
En als dan de deur open ging een walglijke doodsangst om uit het vliegtuig te vallen.
En dat terwijl dat dicht tegen de bedoeling aan schurkt.
Dus sprong 7 en 8 gemaakt. Mooi ik kon naar huis.
Ik had een angst overwonnen. Een grens verlegd.
Waarom?
Omdat die grens verkeerd lag?
Omdat ik het kon?

Ach, kijk toch eens naar dat lachend smoeltje.
IMG_8028

Later meer.
Slaap lekker.
Dirk.

Berichtnavigatie